Trail Truths: Met de hoogte in de bergen neemt ook de flatulentie toe
Het zal toch niet waar zijn?
In Trail Truths nemen we hardnekkige outdoorclaims onder de loep. We toetsen wat mensen roepen op de trail aan praktijkervaring, expertkennis en nuchtere logica. Zo weet jij beter wat klopt, wat onzin is en waar de nuance zit.
Deze keer: flatulentie. Flatu-wat? Iedereen die wel eens in een berghut heeft overnacht kent het fenomeen: winderigheid. Zeker wanneer de ramen en deuren dicht blijven, blijft er weinig meer over van die frisse berglucht.
Een trouwe bezoeker van Stories vroeg zich hardop af of het klopt dat wanneer je hoger in de bergen komt, je ook meer last krijgt van winderigheid. Heeft dat te maken met de dalende luchtdruk, of steekt er iets anders achter?
Feit of fabel
Wat zeggen experts over luchtdruk?
Deze vraag hebben we voorgelegd aan de medische commissie van de NKBV. Dieke Kok, lid van de commissie, sportarts en doctor in mountain medicine bij het Alrijne Ziekenhuis in Leiderdorp, denkt dat er inderdaad een relatie kán bestaan tussen hoogte en winderigheid.
Kok: "Weefsels zetten uit bij dalende luchtdruk, dus ook je darmen. Er ontstaat dan meer ruimte voor gasvorming. Daarnaast is op hoogte de zuurstofspanning in je bloed lager omdat je hersenen meer energie nodig hebben. Het is mogelijk dat je voedsel daardoor minder goed verteert dan op zeeniveau. Maar het is een veronderstelling, want wetenschappelijk bewijs is er niet".
Professor maag- en darmziekten Danny de Looze van het Universitair Ziekenhuis in Gent is daarom terughoudender. Hij betwijfelt of de dalende luchtdruk op zichzelf de hoofdverklaring is, omdat de druk in de darmen volgens hem waarschijnlijk ongeveer gelijk blijft aan die van de omgeving.
Volgens De Looze kun je daar eigenlijk pas iets zinnigs over zeggen als je het meet. Bijvoorbeeld met drukmetingen in de darmen op grote hoogte of in een hoogtetent. Zolang dat soort onderzoek ontbreekt, blijft ook deze verklaring onzeker.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Waarom voeding, luchthappen en slaap meespelen
De Looze denkt eerder aan een combinatie van factoren. Het eten in berghutten speelt daarin waarschijnlijk een grote rol: bonen, linzen en vlees leveren belangrijke energie voor bergsporters, maar staan ook bekend als stevige aanjagers van gasvorming. Eiwitten kunnen dat effect nog versterken.
Daarnaast kan meespelen dat je op grote hoogte vaker naar lucht hapt. Die lucht verdwijnt niet zomaar; een groot deel van de darmgassen ontstaat juist uit ingeslikte lucht. Meer happen naar adem kan dus ook meer winderigheid betekenen.
En dan is er nog de slaapzaal zelf. In een overvolle dortoir ben je veel alerter op geluiden, slaap je vaak lichter en merk je zowel je eigen winden als die van anderen sneller op. Dan lijkt het er dus al snel dat je op hoogte veel meer winden laat.
Ook Kok onderschrijft dat voeding in hutten een belangrijke factor is. Vlees, kaas en eieren zorgen vooral voor de sterkere geur. Uien, paprika en bonen leveren juist veel lucht op. Als dat voedsel op hoogte ook nog eens minder goed verteert, dan kan het zomaar zijn dat je veel meer last hebt van winderigheid dan op zeeniveau of op geringe hoogte. Maar nogmaals, we weten het niet zeker.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Meer luchtige feitjes over winderigheid
Per dag laat een mens 12 tot 25 scheten waarbij ongeveer een tot anderhalve liter lucht wordt weggeblazen.
Die lucht bestaat uit zuurstof en stikstof, maar ook uit koolstof, waterstofsulfide (‘rotte eieren’) en methaan. Slechts vijf procent van de mensen stoot ook methaangas uit. Hoe je daar achterkomt? Door een aansteker bij het ‘passeren’ van de wind te houden. Zie je een zachte, blauwe vlam, dan stoot je methaan uit.
Winden van vrouwen ruiken over het algemeen sterker dan die van mannen; mannen blazen per keer wel meer lucht uit (dit is een serieus onderzoek uit 1998!).
Vis en rijst verminderen de winderigheid omdat ze goed worden verteerd door de darmen en minder gas produceren.
Mannen laten niet meer winden dan vrouwen. Wél is het zo dat de meeste mannen minder discreet zijn en de wind meer de vrije loop laten.
Winden kun je beter niet ‘inhouden’ want dat kan buikpijn veroorzaken.
In China bestaat het beroep van ‘schetenruiker’. Een schetenruiker herkent aroma’s die zouden kunnen wijzen op verstoorde darmflora en ziekten. Door daar alert op te zijn, kan een arts eerder ingrijpen. Het is nog een goed betaalde baan ook!
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Conclusie
We weten het niet zeker. Er is gewoon geen onderzoek gedaan naar de relatie tussen hoogte en toenemende winderigheid. Zeer waarschijnlijk laat je wel meer scheten op hoogte, maar heeft dat eerder te maken met een combinatie van factoren. Vooral voedsel speelt een cruciale rol.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)