Een hardnekkige mythe?
In Trail Truths nemen we hardnekkige outdoorclaims onder de loep. We toetsen wat mensen roepen op de trail aan praktijkervaring, expertkennis en nuchtere logica. Zo weet jij beter wat klopt, wat onzin is en waar de nuance zit.
Met deze keer: hoogteziekte & kinderen. Bij veel ouders leeft anno 2020 nog steeds de gedachte dat je met jonge kinderen, zeker onder de acht jaar, geen bergtochten op grote hoogte kunt maken. Hoogteziekte zou altijd op de loer liggen. Maar klopt dat beeld eigenlijk, of houden we vooral een hardnekkige mythe in stand?
Hoe blijf je hoogteziekte de baas?
In april 2007 schreven we al eens over dit onderwerp. Han Willems, auteur van het boek Hoe blijf ik gezond in de hoogte, kon toen geen sluitend antwoord geven. De reden was simpel: er was te weinig onderzoek beschikbaar om echt harde conclusies te trekken over hoogteziekte bij jonge kinderen.
Dertien jaar later is dat beeld nog steeds niet volledig veranderd. Er zijn nog altijd geen uitgebreide testen gedaan naar hoogteziekte specifiek bij jonge kinderen. Gedegen onderzoek is bovendien lastig uitvoerbaar, omdat niet alleen kinderen zelf, maar ook hun ouders nauw bij zulke studies betrokken moeten worden.
Toch is er wel iets meer houvast dan toen. In 2008 publiceerde Remco Berendsen, anesthesioloog bij het LUMC en lid van de medische commissie van de Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging NKBV, een artikel dat meer richting geeft aan ouders die met kinderen de bergen in willen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Wat ouders onderweg moeten herkennen
Berendsen stelt dat ‘voor zo ver bekend kinderen geen groter risico hebben op het oplopen van acute hoogteziekte dan volwassenen.’ Daarmee is de kous alleen niet af. Juist bij jonge kinderen zit de uitdaging in iets anders: zij kunnen vaak niet goed verwoorden wat er mis is.
Dat geldt volgens Berendsen zeker voor kinderen jonger dan drie jaar. Maar ook signalen van kinderen tot acht jaar zijn niet altijd betrouwbaar. Daarom ligt er bij ouders een cruciale taak. Zij moeten zelf de klachten kunnen herkennen: hangerig gedrag, jengelen, lusteloosheid, slecht eten en slecht slapen.
Hoogteziekte is niet altijd te voorkomen, maar het risico is wel te verkleinen. Veel drinken helpt. Voor ouders geldt daarbij: weinig of geen alcohol gebruiken en ook voorzichtig zijn met koffie. Daarnaast blijven rustig lopen en voldoende pauzes nemen de belangrijkste basisregels onderweg.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Rustig omhoog
We kregen Remco Berendsen ook nog zelf aan de telefoon. Daarin gaf hij een belangrijke aanvulling op zijn artikel. ‘Je kunt ervan uitgaan dat wanneer jij of een andere volwassene verschijnselen van hoogteziekte ervaart, dat ook geldt voor je kinderen. Het is dan heel belangrijk om meteen te reageren, want als jij niet meer alert bent, kun je ook je kind niet helpen.’
Voor zeer jonge kinderen, jonger dan drie maanden, is hij uitgesproken voorzichtig. ‘De longen van zeer jonge kinderen zijn nog niet volledig belastbaar. Dan kun je beter geen enkel risico nemen en niet hoger dan op 3000 meter de bergen ingaan. Dat raad ik echt af.’
Ook bij kinderen draait alles om rustig acclimatiseren: het lichaam de tijd geven om te wennen aan ijlere lucht. Berendsen noemt een start tussen 2200 en 2500 meter een veilige optie. Voor meerdaagse huttentochten geldt daarnaast een veilig ‘slaaphoogteteverschil’ van 300 meter per dag.
Dat betekent bijvoorbeeld slapen op 1800 meter op dag 1 en op 2100 meter op dag 2. Lift of kabelbaan kun je daarbij beter vermijden. Juist omdat je lichaam dan te snel hoogte wint, krijgt het minder kans om zich stap voor stap aan te passen.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Wat de algemene stelregel zegt
Op de website van de UIAA, The International Climbing and Mountaineering Federation, staat de volgende algemene (!) stelregel voor ouders die hun jonge kinderen meerdere dagen meenemen de bergen in en in hutten willen overnachten:
Although there are no conclusive scientific data on the matter with young children, it is generally recommended not to ascend to a sleeping altitude of higher than 3,000 to 4,000 m with a preschool child, and to prefer a sleeping altitude of <2,500m.
Let niet alleen op hoogte
In zijn artikel noemt Berendsen nog een aandachtspunt dat hij ook in het telefoongesprek onderstreept. ‘Naast de hoogte zijn kinderen ook extra gevoelig voor kou. Pas vooral op met erg jonge kinderen die in een rugdrager worden vervoerd. Controleer regelmatig de temperatuur van handen en voeten.’
Daarnaast vraagt ook de zon om extra aandacht. Berendsen waarschuwt dat kinderen jonger dan 4 jaar erg makkelijk verbranden. Wie met jonge kinderen de bergen in trekt, moet dus niet alleen op hoogte letten, maar ook alert blijven op kou, zon en de signalen die een kind onderweg afgeeft.
%2520%257B%2520%255Bnative%2520code%255D%2520%257D&w=2048&q=100)
Conclusie
Feit. Mits je als ouder alert bent en rustig acclimatiseert, is het verantwoord om ook met zeer jonge kinderen, ouder dan drie maanden, de bergen in te gaan en boven de 3000 meter te klimmen.